WIE BEN IK?

“Waarom schrijf je niet eens een écht boek?” Die vraag bleef me maar achtervolgen.

 

Als kind al schreef ik heel graag opstellen en verhaaltjes. In de middelbare school (voor de Nederlanders: in het voortgezet onderwijs) won ik er zelfs een belangrijke prijs mee, een boek over de kunstenaar Masereel. Dat boek werd zowaar gestolen. Als de dief dit toevallig leest, hij kan het mij nog altijd terugbezorgen!

 

Toen ik een hele poos geleden eindredacteur werd bij de culturele instelling Ons Erfdeel vzw, wist ik dat ik vooral teksten van anderen zou moeten lezen. Gelukkig mocht ik ook eigen artikelen schrijven, over taal en literatuur, over schilders, beeldhouwers, historische figuren en wie nog meer. Na verloop van tijd had ik er meer dan vijftig gepubliceerd. En toch bleef die eeuwige vraag: “Waarom schrijf je niet eens een écht boek?”

 

Eindelijk nam ik alle moed bij elkaar en begon ik eraan. Wat was ik blij, toen uitgeverij De Eenhoorn me liet weten dat ze “Rode veters” wilde uitgeven. Ik herinner het me nog alsof het gisteren was.

 

Ondertussen kan ik het schrijven van boeken niet meer laten. In drie ervan speelt voetbal een (belangrijke) rol. Ik vind voetbal best leuk. Ik kon nauwelijks stappen en ik wilde al profvoetballer worden. Maar dat is er nooit van gekomen. Te weinig talent? Te weinig doorzettingsvermogen? Hoe dan ook, tot “Rode Duivel” zou ik het nooit geschopt hebben.

 

Voetbal is natuurlijk niet alles. Er is zoveel op de wereld dat veel belangrijker is dan die twee maal elf spelers op het veld. Er is zoveel ook waarover ik me mateloos kan ergeren. Soms erger ik me over mezelf. Of ik heb spijt van wat ik heel lang geleden heb gedaan (of beter: niet heb gedaan). Toen ik een jaar of twaalf was, werd een jongen op de bus naar school bijna dagelijks gepest. Zoals al die anderen keek ik telkens de andere kant uit. Die bus was niet “Bus 26” en toch weer wel.

 

Maar ik kan me ook ergeren aan het gedrag van anderen. Bij voorbeeld over mensen die nogal vreemde ideeën hebben over iemand met een andere huidskleur. En dat ook duidelijk laten merken. Racisme noemt men zoiets. Soms probeer ik me in de huid te plaatsen van mensen die geen blank vel om zich heen hebben. In de huid van Amadu, het hoofdpersonage van “Dug-out”. Dan weet ik het. Racisme raakt je, van kop tot teen. Racisme is nooit “relatief”.

Ik krijg ook meer en meer een hekel aan mensen die snel, snel rijk willen worden. Is een koffer boordevol met geld dan écht het enige wat telt? Tuur, het hoofdpersonage van "Villa Neptune", vindt alvast van niet. Een lepe man wil de villa kopen, waar Tuur met zijn ouders woont. Een oude villa tussen tal van flatgebouwen op de zeedijk. Tuur wil zijn gezellige thuis niet kwijt, maar er is iemand die popelt om het huis te verkopen.

 

Tja, mijn boeken gaan niet over het liefdesleven van de prins en de prinses. “Achter de heuvels” ontstond na een reis door westelijk Afrika, een reis die me samen met mijn vrouw en kinderen tot in heel afgelegen gebieden bracht. We zagen de moeilijke omstandigheden waarin kinderen er moesten opgroeien. Wat Innocent, de hoofdfiguur van het boek meemaakt, heb ik niet verzonnen. Jaarlijks kennen zo veel Afrikaanse kinderen een nog harder lot. Zij keren nooit terug naar de wereld “achter de heuvels”.

DSC00277.JPG